Beschouwing van het Cradle to Cradle concept

Er is onvoldoende zicht op de gevolgen van het sluiten van
de kringlopen. Wat gebeurd er als de biosfeer te groot wordt voor de natuur om
er alleen voordeel van te hebben? Is er wel ruimte voor de materialen om te
composteren en is er vraag naar die compost? Is er vraag naar gere- of
geüpcyclede materialen en zal door de toevoeging van nieuwe materialen en
producten aan de technosfeer, deze niet onevenredig gaan groeien ten opzichte
van de biosfeer?

Er moeten dus een aantal grenzen worden gesteld en
matregelen worden genomen om de Cradle to Cradle stroming in goede banen te
leiden wat tot een combinatie van beperkende maatregelen, eco-efficiëntie, en
eco-effectiviteit zal leiden. In het volgende hoofdstuk zal verder ingegaan
worden op de ontwerpcriteria die hierom moeten worden toegevoegd aan de
criteria die volgen uit de principes en doelen van het Cradle to Cradle
concept.

Daarnaast is er veel kennis nodig om tot oplossingen te
komen. Er spelen veel factoren mee waaronder chemische, sociale en biologische,
zodat er een integrale aanpak in een team voor nodig is om goede resultaten te
behalen. Het is in de praktijk gebleken dat procesmatige ketenbeheer, het met
de verschillende actoren aanpassen van de procesketen22. Een voorbeeld hiervan werd gepresenteerd op de
KansRijk beurs van 2008 georganiseerd door SenterNovem waar het recyclen van textiel
werd toegelicht.

Ook samenwerking tussen universiteiten zoals plaats vind bij
de master Industrial Ecology (Universiteit van Wageningen, Erasmus Universiteit
en TU Delft) zal leiden tot integrale oplossingen.

Bij het voldoen aan de kernpunten zoals deze in hoofdstuk
1.1 zijn aangegeven, moet dus ook rekening gehouden worden met de vraag naar en
de ruimte voor het sluiten van de kringlopen op de beoogde manier. Ook mag de
regeneratie tijd van de materialen die zich in de biosfeer bevinden, niet langer
zijn dan de economische of technologische levensduur, afhankelijk van welke het
kortste duurt.

Het Cradle to Cradle concept

Principes en doelstellingen

Allereerst is het noodzakelijk om de principes en doelen waarop het Cradle to Cradle concept is gebaseerd duidelijk te maken. Om deze reden volgt een analyse van het boek van McDonough en Braungart waaruit ook bovenstaande kernpunten zijn gedestilleerd.

Minder slecht is niet goed

De hedendaagse ontwerpmethodieken zijn volgens Braungart en McDonough “onintelligent” en resulteren in “onbedoeld onethische producten”. De eco-efficiënte benadering tracht vanuit schuld gevoelens de materialen en producten minder slecht te maken. Dit zal volgens Braungart en McDonough echter nooit tot een duurzame samenleving leiden om een aantal redenen:

  • Het werkt binnen het systeem dat het probleem veroorzaakt en zal het dus nooit kunnen oplossen, het houdt het juist in stand.
  • Het is gebaseerd op morele spelregels en sancties, het is dus niet aantrekkelijk of plezierig, waardoor de implementatie erg moeizaam zo niet onmogelijk is.
  • Het verergert de situatie. Door de subtiele en kleinschalige vervuiling, kan het vervuilen langer doorgaan en zich in de loop van de tijd opstapelen, doordat de gevolgen niet duidelijk merkbaar zijn. Dit kan zelfs doorgaan tot het punt waarop er geen herstel meer mogelijk is. Als een ecologisch systeem in één keer instort, is er meer kans op herstel.

Ontwerpen met de juiste dingen

Braungart en McDonough stellen de overgang naar eco-effectiviteit voor. Dit houdt in het ontwerpen met de juiste dingen – systemen, materialen, producten etc. – in plaats van de verkeerde dingen minder slecht te maken. Het standpunt van de mens moet worden verplaatst van “de natuur als fenomeen dat beheerst moet worden” naar “een houding van betrokkenheid”. We moeten dus weer onderdeel gaan uitmaken van de natuur.

Hierbij hoort ook een nieuwe ontwerpopdracht:

  • Meer energie produceren dan nodig
  • Eigen afvalwater zuiveren
  • Te lozen afvalwater is van drinkwater kwaliteit
  • Producten moeten in biologische of technologische cycli terug te brengen zijn (oneindig)
  • Materialen inzamelen voor menselijke en natuurlijke doeleinden
  • Vervoer dat de kwaliteit van leven verbeterd en goederen en diensten levert
  • Overvloed i.p.v. grenzen, vervuiling en afval

In plaats van een ecologische voedprint die schadelijk is, moeten we naar een ecologische voedprint gaan die voedend is.

Afval = voedsel

Cradle to Cradle kringlopen

Om in staat te zijn om producten terug te brengen in de biologische of de technologische cycli, moet het begrip afval geleidelijk worden afgeschaft en moeten we afval als voedsel voor dan wel de biosfeer, dan wel de technosfeer, zien.

Producten moeten zo ontworpen worden dat ze of geheel in één van de cycli terug gebracht kunnen worden, of over beide kunnen worden verdeeld. Bij dit laatste is het van groot belang dat de stoffen niet dusdanig met elkaar verbonden zijn dat het delen of het hergebruik onmogelijk is. Als dit zo is, dan is er sprake van een “monsterlijke hybride”.

Producten worden diensten

De vorm van de producten zal als ze met het sluiten van de kringlopen in het vooruitzicht worden ontworpen, niet alleen de te vervullen functie volgen, maar ook de eigenschappen van de materialen waaruit het is opgebouwd.

Om er voor te zorgen dat de materialen weer terugkomen bij de producent, die de meest geschikte persoon is voor recycling, zullen producenten het begrip dienstproduct moeten implementeren. Hierbij koopt de consument niet het product, maar de dienst die het levert. Bijvoorbeeld 10.000 uur TV kijken.

Het voordeel hiervan is dat het product nadat de consument het niet meer hoeft, naar de producent terug gaat die vervolgens de waardevolle materialen kan terugwinnen en daar nieuwe producten van kan maken. De producent blijft dus eigendom van zijn grondstoffen.

Respect

Naast de focus op materialen besteden Braungart en McDonough ook aandacht aan respect voor diversiteit als onderdeel van de Cradle to Cradle gedachte. De vitaliteit van een ecosysteem hangt af van de mate van diversiteit. Hoe hoger de diversiteit, hoe veerkrachtiger het ecosysteem. Om diversiteit in onze samenleving te bevorderen moet er zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van lokale grondstoffen, energie en culturele gebruiken. Er moet rekening gehouden worden met lokale omstandigheden. Zodra er ruimte is voor diversiteit, is er ruimte voor expressie en esthetische voorkeur.

Naast respect voor diversiteit moeten ook economische (zoals werkgelegenheid), sociologisch (zoals de betrokkenheid van de bevolking) en ecologische aspecten worden gerespecteerd.

Er is volop zonne-energie beschikbaar

Ook op het energievraagstuk proberen Braungart en McDonough een antwoord te geven. Deze is dat we meer gebruik moeten gaan maken van de natuurlijke en lokale energiestromen. Kleinschalige hybride systemen, waarbij lokaal opgewekte zonne-energie een hoofdrol speelt. Gebouwen moeten meer energie gaan opbrengen dan ze nodig hebben.

Meer ontwerp criteria

C2C-fracta.jpgIn hun boek geven ze als ontwerp hulpmiddel een fractal (zie afbeelding) die kan worden gebruikt om ervoor te zorgen dat in het ontwerpproces aandacht wordt besteed aan economische, ethische en ecologische parameters.

De ontwerpcriteria voor een Cradle to Cradle product komen daarmee op:

  • Prestaties
  • Esthetiek
  • Kosten
  • Ecologische intelligentie
  • Rechtvaardigheid (ethiek)
  • Plezier

Implementatie

Ook over de implementatie laten de auteurs zich uit. Het stappenplan begint met het stoppen met het gebruik van de bekende boosdoeners, waarna het via het opstellen van lijsten met problematische en positieve materialen uiteindelijk naar het herformuleren van ontwerpopdrachten gaat. Als we deze laatste fase hebben weten te voltooien zijn volgens Braungart en McDonough we weer echte aardbewoners geworden.

Innovatieve houding en onderzoeksvaardigheden

Master 1 project

Mijn master 1 project bestond uit het ontwikkelen van een visie op de gebouwde omgeving van de toekomst. Hierdoor werd ik gedwongen om buiten de gebaande wegen na te denken. Ook het ontwerp dat volgde uit deze visie had een innovatief karakter.

Mijn benadering bestond uit het ontwikkelen van een metamorf gebouw. Op deze poster is het concept toegelicht. De uitwerking is in dit verslag te lezen en in de 4 afbeeldingen hieronder.

pers1-thumb pers2-thumb pers3-thumb pers4-thumb

Onderzoeks methodologie voor Bouwtechniek

Onderzoeksmethodologie voor BTO heeft mij in mijn onderzoekstheorie en kennis doen groeien. Voor dit vak werd van ons gevraagd om een poster en een paper te maken over innovatie binnen de bouwsector. Ik had hierbij gekozen voor aanpasbare constructies, omdat dit aansloot bij mijn master 1 projectwerk waar ik op dat moment aan werkte.

Technology transfer

Bij het vak technology transfer, heb ik geleerd dat men innovatie kan bewerkstelligen door het bestuderen van andere vakgebieden zoals de ruimtevaart en de auto-industrie. Hierbij heb ik mij uiteindelijk toegespitst op het gebruik van Aspen Aerogel. Een met behulp van nanotechnologie gefabriceerd isolatiemateriaal dat zijn oorsprong vond in de ruimtevaart industrie, maar nu de overstap probeert te maken naar onder andere de bouwsector.

Mijn verslag geeft mijn bevindingen weer, de afbeelding toont het materiaal voor bewerking in een isolatie deken.

Voor dit vak werden we gedwongen om eerst onderzoek te doen naar een bepaald marktsegment. Pas daarna werd er een toepassing in de bouw gekozen waar het onderzoek een oplossing voor kon aandragen. Deze methode van heel breed naar het toepassen op een doel, in plaats van het eerst formuleren van een doelstelling werkte goed voor het verkrijgen van nieuwe inzichten.

aerogelhand-thumb

Productontwikkeling

Binnen het vak productontwikkeling heb ik met anderen vanuit een vraag van een opdrachtgever een product ontwikkeld. In dit proces is gebruik gemaakt van innovatie processen waarbij verschillende product markt combinaties werden gecreëerd vanuit onder andere sterkte en zwakte analyses. Dit proces is in dit verslag weer gegeven.

Het product dat het gevolg was van dit proces kan in zijn vorm en materialisering als innovatief worden beschouwd. Uiteindelijk heeft onze gekromd houten plafondelement op een beurs een prijs gewonnen. Op onderstaande afbeelding is een schets van een van de eerste opties van het element te zien.

plafondelement1-thumb

Mater 2 project

Mijn master 2 project bestond uit het toepassen van de Re-architecture theorie op de Maashaven silo in Rotterdam. Hierbij hebben we de baanbrekende renovatie methode van dr. A.R. Pereira Roders toegepast door eerst het bestaande grondig te analyseren, waarna een wetenschappelijk verantwoorde inschatting gemaakt kon worden van de waarde daarvan.

In mijn ontwerp dat resulteerde uit dit onderzoek wilde ik een contrast creëeren tussen het bestaande en het nieuwe. Om dit te bereiken heb ik een golvend glasoppervlak toegepast. Om dit effect te bereiken heb ik onderzoek verricht naar de mogelijkheden van gekromde glasoppervlakken. Het resultaat en mijn onderzoek is in mijn verslag weergegeven.

camera1-thumb

Ontwerpmethodologie

In dit vak van installatietechnologie, is een aantal brainstorm en onderzoeksmethoden uiteengezet, waaronder het morfologische overzicht. Met dit laatste hulpmiddel hebben we een overzicht gemaakt van de beschikbare duurzame installatie- en klimatiseringscomponenten, waar later een ontwerp uit volgde. Dit ontwerp en de ontwerpmethodiek is uiteengezet in ons verslag.

Duurzame technieken en ontwikkelingen

Master 1 project

Binnen mijn master 1 project ben ik op zoek gegaan naar informatie over aanpasbare constructies en zo heb ik kennis gemaakt met een stuk flexibiliteit waar ik nog niet eerder mee in aanraking was gekomen. Er is nog niet veel gepubliceerd op dit gebied, maar op de faculteit waren wel een tweetal promovendi die mij het één en ander konden vertellen. Dit heeft geresulteerd in een benadering van aanpasbaarheid die in mijn verslag en onderstaande afbeeldingen tot uiting komt.

pers1-thumb
pers2-thumb
pers3-thumb
pers4-thumb

Detailleren 2

Voor mijn bachelor opleiding moest ik detailleren 2 nog doen. Hierin heb ik vele duurzame technieken geïntegreerd. Ik heb voor deze moeite uiteindelijk een 8 gekregen. Van deze uitwerking kunt u twee details downloaden. De aansluiting van een buitenwand op vloer waarbij de vloer deel uitmaakt van een overstek en de aansluiteing van een buitenwand op vloer en balkon.

Onderzoeks methodologie voor Bouwtechniek

Onderzoeksmethodologie voor BTO heeft mij in mijn onderzoekstheorie en kennis doen groeien. Voor dit vak werd van ons gevraagd om een poster en een paper te maken over innovatie binnen de bouwsector. Ik had hierbij gekozen voor aanpasbare constructies, omdat dit aansloot bij mijn master 1 projectwerk waar ik op dat moment aan werkte en omdat het aansluit bij deze competentie.

Integraal ontwerpen

Tijdens Integraal ontwerpen werd van ons onder andere gevraagd om op een locatie in Arnhem een kunstenaars onderkomen te ontwerpen. Hierin heb ik meerdere duurzame technieken toegepast zoals een warmtewisselaar en pv-installatie, maar geen baanbrekende of nieuwe ontwikkelingen. In mijn korte verslag is hier meer over te lezen.

integraalontwerpen006-thumb

Stage

Mijn stage bij W/E adviseurs heeft mij veel kennis van duurzame bouwtechniek bijgebracht en mij in aanraking gebracht met de laatste ontwikkelingen op dat gebied. Ik heb het hele nationale pakket duurzaam bouwen doorgewerkt en bij vele projecten allerlei duurzame maatregelen retoetst en voorgesteld. Door eventuele gevoelige informatie in het verslag is dit niet direct toegankelijk op deze website, maar eventueel wel op aanvraag beschikbaar.

Ontwerp methodologie

In dit vak van de faculteit Installatietechnologie, werd de studenten onder andere gevraagd om een installatie en materialiseringsconcept op te stellen voor een kantoorpand. Hierbij kwam ik in aanraking met de duurzame installatietechnologie, innovatief en algemeen voorkomend. Het eindresultaat kan worden bekeken in het verslag.

Achtergronden duurzame ontwikkelingen

Bij dit vak kreeg iedere student een boektitel waar een bespreking over geschreven moest worden. Mij werd “The skeptical environmentalist” door Björn Lomborg toegewezen. Iedere presentatie van een boek werd gevolgd door een discussie over het standpunt en de kijk van de auteur op duurzame ontwikkeling. Klik op de volgende links voor mijn verslag en mijn presentatie.

Ontwerpende houding en kwaliteiten

Ik zag mijzelf lange tijd puur een ontwerpende rol
innemen bij de ontwikkeling van de duurzame gebouwde omgeving. Als duurzame
architect wilde ik een positie verwerven waar ik een bijdrage kan leveren
aan een duurzamer gebruik van de aarde door de mensheid.

De ambitie om architect te worden is echter na het tweede master
project definitief opzij gezet. Het bleek dat dit mij toch niet goed
lag en ik mij beter kon concentreren op mijn andere ambities en
competenties.

Ik streef er dus ook niet meer naar om mij te verdiepen in architectuurtheorie en -filosofie.

Links

Er zijn heel wat goede en mooie websites op het wereldwijde web, ik heb daar zelf ook een paar aan bijgedragen. Hier treft u een overzicht van die websites die ik de moeite waard vind en een aantal die ik zelf heb ontworpen of aan heb meegewerkt.

Eigen websites

DT^2 Daniel Tulp design technology
Website voor mijn webdesign bedrijf.

ESAC
Als lid van de Internet Commissie van de Eindhovense Studenten Alpen Club werk ik mee aan de website van de vereniging.

DuBo lijst NL
Deze website heb ik in het leven geroepen om alle goede links die ik tegenkom op het internet met betrekking tot duurzaam bouwen, te delen met anderen en zodat anderen dit ook kunnen doen.

USHA
De United States Handball Association heeft mij de opdracht gegeven voor het maken van hun website. Het resultaat is een Joomla! website met veel extensies die zichtbaar werkt voor de gebruikers.

CHEOPS airport symposium
Deze website is ontwikkeld voor het symposium Airport, on the move in Eindhoven in 2006.

CHEOPS studievereniging Bouwkunde
CHEOPS is de studievereniging van de Faculteit Bouwkunde van de TU Eindhoven. De layout is niet van mijn hand, maar de Joomla! configuratie, samenstelling en indeling wel.

RockClimbing Atlas
De Rockclimbing Atlas website was de eerste betaalde opdracht. Als header is er gekozen voor een roterend aantal afbeeldingen die bij de informatie over bepaalde landen, alleen afbeeldingen toont van die landen.

Interessante websites

Flickr
Een website waar men foto’s kan plaatsen om te delen met anderen en om van elkaar te leren op het gebied van fotografie. Mijn flickr account

Stock.xchng
Een website waar gratis Stockfoto’s te krijgen zijn. Stockfoto’s zijn hoge kwaliteit foto’s die goed gebruikt kunnen worden voor grafische vormgeving of ter illustratie.

Scribd
Op deze website kun je documenten als PDF, office bestanden en open-office bestanden, streamen in een handige viewer (iPaper) op je website. De documenten op mijn portfolio website zijn zoveel mogelijk via deze viewer ontsloten om zo het dataverkeer te beperken. Mijn profiel is hier te vinden.

YouTube
Deze film website behoeft geen uitleg. Ga naar mijn kanaal door hier te klikken.

Joomla!
Joomla! is het Content Management Systeem waarmee deze en vele van mijn websites zijn opgebouwd. Het maakt de beheerder van de website mogelijk om simpel de inhoud van de website te beheren en verschillende uitbreiding toe te voegen.

Mariëttes Childcare
Dit is de website van de stichting Mariëttes Childcare die het weeshuis van Mariëtte en Moses Asagbo in Sunyani (Ghana) ondersteund. In de zomervakantie van 2008 ga ik met een groepje mensen hier ondersteuning bieden.

W/E adviseurs
Dit is het bedrijf waar ik drie maanden stage heb gelopen en waar ik nu mijn afstudeerstage bij doorloop. Het is een adviesbureau op het gebied van duurzaam bouwen en bouwfysica.

Nieuwsflits 2

Wist u dat u op de hoogte kunt blijven van veranderingen aan de website? Sommige dynamische onderdelen, waar nieuws en updates op verschijnen hebben een RSS feed. Als u deze afbeelding RSS feed onder aan de pagina ziet, dan is dit het geval voor die pagina. U kunt zich dan met een RSS feed lees programma op deze feed abonneren en zo op de hoogte blijven van mijn vorderingen.

We gaan “Cradle to Cradle”, maar hoe?

Velen zullen al weten wat het concept inhoudt, maar voor de duidelijkheid zal ik het nog even kort toelichten. Het Cradle to Cradle concept, of kortweg C2C, berust op de benadering dat we niet de negatieve gevolgen van onze ontwerpen moeten beperken, maar dat we de ontwerpen moeten maken met de juiste dingen – systemen, materialen en componenten – zodat er geen negatieve gevolgen meer zijn.

Braungart en McDonough bepleiten het sluiten van de materiaalkringlopen, waardoor materialen die niet opgenomen kunnen worden in de natuur, onbeperkt hergebruikt kunnen worden. Om dit te kunnen bereiken, maken zij onderscheid tussen biologische en technologische cycli. Alle componenten en materialen waaruit een product is opgebouwd moeten in één van de cycli terug gebracht kunnen worden, zodat ze voedsel zijn voor biologische of industriële processen. Het concept van afval zal ophouden te bestaan, afval wordt voedsel.

Ook onderwerpen als energie en rechtvaardigheid spelen een rol. Het concept geeft aan dat er voldoende energie op onze planeet is door de zon. Deze moeten we alleen nog goed zien te benutten. Rechtvaardigheid gaat over onderwerpen als arbeidsomstandigheden, gezondheidsaspecten en betrokkenheid van de bevolking.

C2C symposium TU/e - Foto: Bart van OverbeekeNu we weten wat het inhoudt is de vraag, hoe we dit gaan bereiken, een goede. Om een antwoord te zoeken op deze vraag werd er op 22 april een symposium gehouden onder leiding van prof. ir. J. Post, die zelf ook een presentatie gaf over de materialisatie van het XX-kantoor. De kennis van de TU/e en de kunde van het bedrijfsleven betreffende de implementatie van het Cradle to Cradle concept werden bij elkaar gebracht om zo op ideeën te komen en problemen aan te duiden.

De sprekers gaven inzicht in de wijze waarop zij het Cradle to Cradle concept op hebben gepakt. Marco Vermeulen, medeoprichter en -directeur van Urban Affairs, liet het ontwerp voor de Greenport Venlo zien. Een stedenbouwkundig plan waar de Cradle to Cradle principes een grote rol in hebben gespeeld. Dit heeft geleid tot een autarkische cluster structuur waarbinnen energie en materiaalstromen op gebiedsniveau worden gesloten.

Ook Dick Thesingh van de Kamer van Koophandel Limburg gaf zijn visie over de vervolgstappen. Als één van de grootste initiators achter de populariteit van het concept, heeft de heer Thesingh grootse plannen voor de Floriade van 2012 in Venlo. Deze zal in zijn geheel Cradle to Cradle worden uitgevoerd. Daarnaast moet Venlo een grensoverschrijdend C2C centrum worden, onder andere door de oprichting van een C2C masteropleiding voor ongeveer 2500 studenten in 2012.

De stelling van Braungart en McDonough dat de zon genoeg energie levert werd bevestigd door Prof. dr. ir. René Janssen. Zo legde hij uit dat de zon een factor 1000 keer zoveel energie op de aarde brengt in vergelijking met andere duurzame energiebronnen waarna hij zijn onderzoek naar organische, uit polymeren bestaande, zonnecellen toelichtte, die weleens de toekomst zouden kunnen zijn doordat de productiekosten aanzienlijk lager liggen.

Nog meer innovatieve technieken werden door Prof. dr. ir. Jaap Schouten uit de doeken gedaan. Zijn onderzoek naar kleinschalige chemische reactoren biedt wellicht een alternatieve energievorm voor bijvoorbeeld voertuigen of autarkische gebouwen.

In de uitverkochte zaal zaten mensen uit het bedrijfsleven en onderwijs- en kenniscentra. Men stond niet verlegen om vragen of opmerkingen, wat een goede sfeer met zich meebracht. De discussies en opmerkingen hebben het symposium, dat goed georganiseerd was en vlekkeloos verliep, tot een hoger niveau gebracht.

Zo zorgde de oplossing van Ro Koster en Ad Kil van RO&AD architecten, voor het zichtbaar maken en behoud van het archeologische erfgoed in het Limes project, voor veel opschudding. Door alle regelgeving overboord te gooien en een paar simpele spelregels op te stellen, slagen ze er in om de economie als motor voor de bescherming van ecologie en archeologie te mobiliseren. Dit is eigenlijk precies wat het Cradle to Cradle concept probeert. Doordat er niet hoeft te worden beperkt, maar gewoon door kan worden geconsumeerd, wordt het voor economische actoren interessanter om mee te doen, wat de populariteit van het concept zou kunnen verklaren.

Ook binnen de TU/e komt steeds meer aandacht voor het concept. Zo is er op het moment een master multi-project gaande en zijn er een aantal master studenten, waaronder ikzelf, bezig met Cradle to Cradle als hun afstudeeronderwerp. Er is nog geen definitief antwoord op de vraag hoe we het moeten gaan doen, maar alle ontwikkelingen en aandacht bieden hoop voor een C2C toekomst. Laten we hopen dat marketingmachines het onderwerp niet als hype zo bewerken dat de echte toepassing van de principes gevaar loopt.